Er is een grote speeltuin midden in het dorp. Daar gaan Pally en Wiekse vaak naar toe.

Spelen in de speeltuin is leuk.
“Ik ga eerst in de zandbak. Dan maak ik lekkere zandtaartjes”, vertelt Pally. Hij pakt een emmer en een schep en gaat aan de slag.
“Ik weet niet of ik zandtaartjes lekker vind”, zegt Wiekse voorzichtig. Pally haalt zijn schouders op.
“Zullen we wat anders doen?”, vraagt Wiekse. Ze lopen samen naar de glijbaan.
Pally klimt de trap op en roetsjt van de glijbaan. “Jèh, dat was leuk”, juicht Pally. Snel klimt hij weer omhoog en glijdt met een vaart naar beneden.
Wiekse ziet hoe snel Pally van de glijbaan af glijdt. Hij vindt de hoge glijbaan wel een beetje spannend.

Wiekse ziet een blauw wippaard. Hij loopt ernaartoe en klimt er voorzichtig op.

“Hop paard, hop paard”, roept Wiekse blij. Hij wipt zo hard dat de staart van het paard de grond raakt.
Dit vindt Wiekse geweldig. “Het paard is gelukkig niet zo hoog als de glijbaan”, denkt Wiekse.
Pally is klaar met het glijden en loopt naar de schommel.
Pally klimt op de schommel en zet zich stevig af.
“Ga niet te hoog Pally!” roept Wiekse angstig. Pally hoort het niet en gaat steeds hoger.
“Dit gaat goed, ik voel het in mijn buik”, denkt Pally.

Pally vindt het heerlijk op de schommel en op de glijbaan. Wiekse vindt het wippaard of zandbak leuk. Wiekse houdt niet zo van hoge dingen.

Pally en Wiekse spelen graag in de speeltuin?
Vind jij dat ook leuk?
