In de herfst wordt het kouder buiten. Dan hebben de bomen en struiken mooie herfst kleuren.

“En dan vallen er heel veel blaadjes van de bomen”, vertelt Wiekse. Met een bezem veegt hij alle blaadjes op een grote berg.
“Ritsel, ritsel”. Wiekse stopt met vegen. Hoort hij daar iets? Er steek een kopje uit de berg met balderen.
“Hallo, ik ben Egeltje” piept een egeltje zacht.
Pok. Pok. Pok. Pally kijkt verbaast om zich heen. Wat valt daar uit de boom?
“O, ik zie het al. Het zijn eikeltjes”, zegt Pally.
“Hip, hip, hip.” Daar komt een eekhoorntje aangesneld. Die heeft de eikeltjes ook ontdekt. Pally kijkt toe hoe Eekhoorn de eikeltjes verzamelt.
“Dat is voor als het winter wordt”, piept Eenhoorn tegen Pally.

Drup, drup, drup. Er vallen steeds meer druppels uit de lucht.

Pally pakt de paraplu en kruipt er snel onder. “O jee het gaat regenen”, zucht Pally.
“Het lijkt wel herfst, dan regent het ook vaak”, zegt Pally. Pally loopt onder de paraplu naar huis om zich voor de warme kachel te drogen.
In herfst waait het ook vaak. Het waait soms zo hard dat het stormt.
Wiekse loopt buiten waar het waait. In de wind lopen vindt hij lekker.
Vlak bij huis is er een weiland. “Woei, woei”, Jan de Wind blaast over het weiland tegen Wiekse. Wiekse heeft moeite om tegen de wind in te lopen.

Wiekse is thuis en doen snel de deur dicht. “Poeh, poeh”, zucht Wiekse. Nu kan Jan de Wind er gelukkig niet in.
Waar zijn Egeltje en Eekhoorn gebleven?

Ik denk dat ze veilig in hun holletje zitten.
Wat denk jij?
